Geschiedenis

Vakblad LASTECHNIEK door de jaren heen

Ruim 80 jaar geleden verscheen het eerste nummer van LASTECHNIEK. De basis van dit vakblad voor de verbindingstechniek werd al gelegd in 1922, met de oprichting van de eerste vereniging van (autogeen)lassers. Door de jaren heen heeft LASTECHNIEK zich ontwikkeld van het eenvoudige huisorgaan van een specialistische beroepsvereniging tot wat het nu is: een onafhankelijk, toonaangevend vaktijdschrift voor lassen, lijmen en snijden.

Eerste Laschtechniek, eerste pagina 1935

Deze tekst is o.a. samengesteld aan de hand van eerder verschenen artikelen van Henk Bodt (LASTECHNIEK juni 2009) en N. Kloots (LASTECHNIEK september 1984).

De Autogene en Electrische Schmeltlasch

In 1922 wordt voor de autogeenlassers de eerste Nederlandse Acetyleen Vereeniging (NAV) opgericht. Drie jaar later, in 1925, worden de statuten aangepast, zodat ook het elektrisch lassen in de vereniging kan worden opgenomen.
Het officiële orgaan van deze vereniging is tot 1928 het ‘Orgaan voor Autogeen Lasschers’.
In 1928 krijgt de vereniging een eigen tijdschrift: ‘De Autogene en Electrische Smeltlasch’, uitgegeven door de firma Ruijgrok te Haarlem. Ir. G.A. Gorter en D.N. Heuff vormen de redactie. Samen met tien vaste medewerkers zorgen zij voor een nieuwe uitgave op “den eersten van elke maand”.

Lastechniek-2-1935

De eerste Laschtechniek

Op 7 januari 1933 wordt naast de NAV de Vereeniging voor Laschtechniek (VVL) opgericht.
In ‘De Smeltlasch’ wordt hiervan melding gemaakt onder de veelzeggende kop “Het onheil is gesticht”. Gelukkig duren de tegenstellingen niet lang. Een jaar later bericht ‘De Smeltlasch’ dat er plannen zijn om te komen tot één vereniging. De fusie tussen NAV en VVL komt tot stand op 28 september 1934: de Nederlandse Vereniging voor Lastechniek (NVL) is een feit.
In januari 1935 verschijnt het eerste maandblad van de NVL onder de titel ‘Laschtechniek, maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Laschtechniek’. De uitgever van ‘De Laschtechniek’ is dezelfde als die van ‘De Smeltlasch’: firma Ruijgrok te Haarlem.
Om een idee te geven van het aantal lezers: in 1955 telt de NVL maar liefst 7000 leden!

Splitsing Lastechniek

In oktober 1955 gaat de meerderheid van de algemene vergadering akkoord met de splitsing van Lastechniek in twee tweemaandelijkse bladen: ‘Lastechniek’ en ‘Lastechniek in de praktijk’. Het eerstgenoemde blad richt zich op de ingenieur en constructeur, met wetenschappelijke artikelen en onderzoeksrapporten. Het tweede blad is vooral een verenigingsblad dat zich richt op de praktijkleden. Dat het voor de redactie niet eenvoudig was om een goede balans te vinden tussen uitvoerige technische artikelen voor de lastechnici en nieuws vanaf de werkvloer voor verenigingsleden, blijkt uit het voorwoord van het dagelijks bestuur uit maart 1956:

“Gelet op het karakter van “Lastechniek” moest het tijdschrift eensdeels de lastechnicus op hoger plan tevreden stellen, anderdeels moesten ook de lassersleden hun aandeel hebben. Het verleden heeft veel geleerd, waarmede in de toekomst zeker rekening gehouden zal worden.”

Lastechniek 1955

De algemene leden van de NVL ontvangen beide bladen; de praktijkleden ontvangen alleen ‘Lastechniek in de praktijk’. Het duurt trouwens nog een half jaar voordat de splitsing van het tijdschrift een feit is. De eerste ‘Lastechniek in de praktijk’ verschijnt in april 1956.

Het hoofdbestuur van de NVL schrijft in het voorwoord:

“Door de rubriek verenigingsnieuws, een opsomming van datgene wat in de verschillende afdelingen en lasclubs plaatsvond en waarin mede bestuursmededelingen, kortom alles wat met de vereniging te maken heeft, zal worden opgenomen, zal de gedachte deel uit te maken van een over het gehele land werkzame vereniging worden versterkt en het tijdschrift mitsdien een werkelijk ledenorgaan zijn. Een reden waarom ook de algemene leden en donateurs het zullen ontvangen.”

De splitsing van het blad blijft een jaar of tien gehandhaafd; daarna verschijnt alleen nog het blad LASTECHNIEK.

Fusie NVL en CVL

De NVL concentreert zich voornamelijk op lassersopleidingen. Met behulp van het bedrijfsleven wordt in 1948 het Lastechnisch Bureau opgericht. Dit wordt in 1952 opgenomen in het Centrum voor Lastechniek NVL – TNO, de voorloper van Stichting Centrum voor Lastechniek (CVL). Deze organisatie houdt zich voornamelijk bezig met onderzoek en voorlichtingstaken. De NVL en de CVL werken nauw samen en in 1962 beginnen de besprekingen om te komen tot een bundeling van krachten.

LASTECHNIEK als orgaan van het NIL

In 1966 fuseert de CVL met de NVL tot de huidige Stichting Nederlands Instituut voor Lastechniek. Voor het blad LASTECHNIEK verloopt deze fusie tamelijk geruisloos. Wordt het blad in februari 1966 nog omschreven als “Tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Lastechniek – orgaan van de Stichting Centrum voor Lastechniek”; een maand later is alleen de ondertitel gewijzigd in: “Orgaan van de Stichting Nederlands Instituut voor Lastechniek”, met daaronder het toenmalige logo van het NIL. De rubriek ‘Verenigingsnieuws’ is vervangen door ‘NIL-nieuws’.

Lastechniek 1966

LASTECHNIEK blijft jarenlang een tijdschrift dat zowel de theoretisch geschoolde lastechnicus als de lasser op de werkvloer tevreden wil stellen. Dit betekent dat er naast wetenschappelijke artikelen, rapporten en analyses ook aandacht is voor nieuws en activiteiten van de lasgroepen. Er verschijnen regelmatig nieuwe rubrieken als ‘Laskennis opgefrist’ en ‘De lasser van de maand’.

Lastechniek 1998

De vormgeving is door de jaren heen ingrijpend veranderd. Vanaf de jaren ’70 verschijnt er steeds meer kleur in het blad. Aanvankelijk zijn alleen de advertenties uitgevoerd in fullcolour, later worden ook de redactionele artikelen in twee of meer kleuren uitgevoerd. Tegenwoordig is het gebruik van beeld en kleur niet meer weg te denken uit gedrukte media. De nieuwste ontwikkeling is een interactieve service die een geprinte afbeelding met behulp van een smartphone direct koppelt aan informatie op het internet, zoals een demonstratiefilmpje of een animatie.

LASTECHNIEK sinds 2011

De redactie van het in april 2011 vernieuwde LASTECHNIEK heeft zich tot taak gesteld om een vakblad te maken dat een bredere doelgroep aanspreekt en daarmee een hogere oplage genereert. Niet alleen de lastechnicus uit het middenkader, maar ook de beginnende (jonge) vakman en de commercieel directeur moeten iets van hun gading vinden in het blad.

Opmaak 1

Dit betekent concreet dat LASTECHNIEK naast technische en actuele informatie over nieuwe technieken, producten, innovaties, normen en certificering, ook aandacht besteedt aan:

• Artikelen die speciaal gericht zijn op jongere vakmensen in de verbindingstechniek
• Human interest: de mens achter de techniek
• Achtergrondartikelen, case studies, projecten, etc.
• (Las)economische nieuwsberichten voor management en directie

Om een vakblad te kunnen maken dat voldoet aan de hoogste kwaliteitseisen, onderhoudt de kernredactie intensief contact met een redactieadviesraad: specialisten uit het bedrijfsleven en het onderwijs, die een zo breed mogelijke afspiegeling vormen van de wereld van de verbindingstechniek.

Downloaden (PDF, 623KB)